Hoofdstuk 1 – Wat is tongentaal?

Wat verstaat men eigenlijk onder tongentaal?

Velen denken en geloven dat tongentaal iets is wat aangeleerd kan worden: een soort gebrabbel dat wordt gezien als een uiting van de Geest. Maar is dit werkelijk zo? Is dit spontane, ongecontroleerde gebrabbel en gestotter een uitwerking van de Heilige Geest, of ligt het toch anders?

Wat zegt Gods Woord hierover?

De betekenis van het woord tongentaal

Het woord tongentaal bestaat eigenlijk uit twee woorden die aan elkaar zijn gekoppeld. Het ene woord heeft een Engelse oorsprong en het andere is Nederlands.

Tongeus (Engels)

Taal (Nederlands)

Het woord taal begrijpen we allemaal en behoeft geen verdere uitleg.

Het woord tongeus betekent in eerste instantie tong, maar heeft van oudsher ook meerdere betekenissen gehad. Het kan onder andere betrekking hebben op taal en spraak. Het woord kan worden onderverdeeld in twee categorieën:

Taal:

language

tongue

speech

parlance

accents

Spraak:

voice

speech

language

tongue

accents

Wanneer we dus het woord tongentaal gebruiken, lijkt het alsof er een nieuw woord ontstaat. In feite zou men kunnen zeggen dat er tweemaal naar taal of spraak wordt verwezen. Hier ontstaat naar mijn mening al snel verwarring over de werkelijke betekenis van het begrip.

Wat zegt Gods Woord zelf hierover?

Als wij ten diepste willen begrijpen wat er in Gods Woord staat geschreven, moeten wij teruggaan naar de brontekst. Voor Nederlandstaligen is de Statenvertaling de dichts bijzijnde bron, bij voorkeur voorzien van de kanttekeningen of uitleg.

Het kan nuttig zijn om daarnaast een nieuwere vertaling te gebruiken en een gedegen woordenboek om moeilijke woorden beter te begrijpen. Voor de uitleg van de tekst houd ik echter de Statenvertaling aan.

Heb je geen Statenvertaling met kanttekeningen, dan is het aan te raden er een aan te schaffen. Via de boekhandel zijn deze vaak prijzig. Wanneer de aanschaf financieel moeilijk is, kun je wellicht via een broeder of zuster, via de gemeente, of misschien via familieleden zoals een opa of oma aan een exemplaar komen.

Handelingen 2:4-11

Laten we nu kijken naar wat er daadwerkelijk geschreven staat.

We beginnen bij Handelingen 2:4:

"En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken."

Bij de uitleg staat:

"Andere talen; dat is: vreemde, den apostelen tevoren onbekende talen. Markus zegt: nieuwe. Markus 16:17."

Dan rijst de vraag: wat staat er in Markus 16:17?

"En dengenen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken."

Nu zal men misschien zeggen: "Zie je wel, daar staat toch duidelijk 'tongen'?"

Maar ook hier staat een uitleg bij. Daar wordt vermeld:

"Met vreemde talen die zij niet geleerd hadden. Handelingen 2:4."

Hier zien we opnieuw een verwijzing naar Handelingen 2:4.

Met andere woorden: zij spraken een taal die zij zelf niet geleerd hadden. Het ging om talen die voor hen onbekend waren.

Het belang van de context

Hieruit blijkt hoe belangrijk het is om teksten in hun context te lezen en zorgvuldig te onderzoeken wat Gods Woord werkelijk zegt.

Soms is het nodig om terug te gaan naar de grondtekst of naar de kanttekeningen, omdat nieuwere vertalingen of uitleg van anderen verwarring kunnen veroorzaken. Dat gebeurt niet altijd bewust, maar het kan wel leiden tot misverstanden.

Daarom is het belangrijk om alles te toetsen aan Gods Woord en niet zomaar alles aan te nemen wat ons wordt geleerd.

De Schrift spreekt zichzelf niet tegen.

God spreekt Zichzelf niet tegen. Ook Jezus Christus, het levende Woord, spreekt Zichzelf niet tegen. Hij is getrouw en altijd Dezelfde.

Amen.

 

Hoofdstuk 2 - Tongentaal in het boek Handelingen.

Dit is nog maar één zin uit Handelingen. Hoe meer we teksten vergelijken, onderzoeken en de uitleg en verwijzingen bestuderen, hoe duidelijker sommige zaken worden. Soms blijken dingen ook anders te zijn dan hoe anderen ze ons hebben uitgelegd.

We blijven nog even in Handelingen en gaan naar Handelingen 2:6:

"En als deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken."

Laten we ook kijken naar de uitleg bij dit vers:

"Zo spraken dan de apostelen niet in één taal, gelijk sommigen menen; want zo zou dit wonder in de toehoorders geweest zijn, en niet in de apostelen; maar in verscheidene, naar de verscheidenheid der talen die de toehoorders spraken en verstonden. Zie Hand. 10:46; 19:6. 1 Korinthe 12; 13; 14."

Dus de apostelen spraken niet allemaal dezelfde taal of dezelfde klanken. Want dan zou het wonder bij de toehoorders hebben gelegen en niet bij de apostelen. De mensen hoorden ieder hun eigen taal. De apostelen begonnen dus allemaal in verschillende talen te spreken, talen die ook door de aanwezigen in de menigte werden gesproken.

Stel dat er Fransen, Spanjaarden, Nederlanders, Engelsen, Afrikanen, Irakezen en Romeinen aanwezig waren. Dan werden al deze talen gesproken, talen die de apostelen nooit hadden geleerd.

Maar op die dag, toen de Heilige Geest het hun gaf, sprak iedere apostel de mensen toe in een andere taal, zodat iedereen die aanwezig was kon horen en verstaan wat God hun te zeggen gaf.

Handelingen 10:46

In de uitleg worden ook verwijzingen gegeven naar Handelingen 10:46, Handelingen 19:6 en 1 Korinthe 12, 13 en 14.

Laten we eerst kijken naar Handelingen 10:46.

In dit hoofdstuk lezen we dat de Heilige Geest ditmaal op de heidenen kwam. Met heidenen worden hier niet-Joodse volken bedoeld.

Dit gebeurde terwijl Petrus sprak. Plotseling begonnen deze mensen in vreemde talen te spreken en God groot te maken.

Dit gebeurde tot grote verbazing van degenen die besneden waren, dat wil zeggen: de mensen uit het Joodse volk.

Waarom?

Volgens de uitleg was men van mening dat dit wonder alleen voor de Joden bestemd zou zijn. Maar dat bleek niet zo te zijn. Het ging om allen die tot geloof kwamen.

Als gevolg van dit gebeuren lezen we verderop dat deze heidenen ook werden gedoopt.

Vervolgens kijken we naar Handelingen 19:6:

"En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen en profeteerden."

Hier bevindt Paulus zich bij een aantal discipelen. Nadat hij hun de handen had opgelegd, ontvingen zij de Heilige Geest en begonnen zij in vreemde talen te spreken.

Wanneer we kijken naar de eerdere uitleg in Handelingen, zien we dat het tot nu toe steeds ging om vreemde, bestaande talen.

Wanneer we echter naar de uitleg bij dit vers kijken, komen we hier opnieuw het woord tongen tegen. Eerlijk gezegd begrijp ik deze uitleg in deze context niet volledig.

Men zou als voorstander van de zogenaamde brabbeltongentaal kunnen zeggen: "Zie je wel, hier heb je het antwoord."

Maar daarmee zouden de andere uitleggen en verwijzingen die we hiervoor hebben besproken terzijde worden geschoven. Dan wordt één tekst losgemaakt van de rest van de Schrift en uit zijn context gehaald.

Naar mijn mening ontstaat dan ook een probleem, zowel taalkundig als inhoudelijk.

Ik vind dit daarom onvoldoende om de zogenaamde brabbeltongentaal als Bijbelse waarheid te verkondigen.

Eerder zou ik het zien als een verwijzing naar meerdere talen, overeenkomstig wat we eerder hebben onderzocht. Maar hoe men dit vers ook uitlegt, naar mijn mening is het niet voldoende om daarmee de gedachte van een onverstaanbare brabbeltaal te ondersteunen.

1 Korinthe 12 en 13

We komen nu bij de verwijzingen naar 1 Korinthe 12 en 13.

We beginnen met 1 Korinthe 12, waar Paulus spreekt over de gaven van de Geest.

In deze studie richten we ons uitsluitend op de gave van talen.

Onze Statenvertaling gebruiken we hierbij als uitgangspunt. Wie nog verder terug wil gaan naar de brontekst, zou zich moeten verdiepen in het Grieks of zelfs in de oudere Hebreeuwse bronnen. Dat wordt echter al snel erg ingewikkeld.

We hebben inmiddels meerdere keren gezien dat de Geest mensen voorzag van talen die zij zelf niet hadden geleerd.

De vraag kan gesteld worden of wij tegenwoordig onze eigen taal nog wel voldoende beheersen. Er verschijnen steeds meer nieuwe vertalingen, waardoor volgens sommigen bepaalde betekenissen soms minder duidelijk worden doordat oude woorden verdwijnen.

Dat is wellicht een discussie op zichzelf.

Toch wil ik wijzen op de waarschuwing aan het einde van de Bijbel, waar wordt gewaarschuwd niets toe te voegen aan of af te doen van hetgeen geschreven staat. Mogelijk is dit één van de redenen voor die waarschuwing: opdat wij niet misleid zouden worden.

1 Korinthe 12:10

Laten we nu kijken naar 1 Korinthe 12:10:

"En een ander de werkingen der krachten; en een ander profetie; en een ander onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen."

Paulus noemt hier verschillende geestelijke gaven.

Voor een volledig beeld raad ik aan het hele hoofdstuk te lezen. Voor deze studie richten we ons echter op de gave van talen.

Hier zien we dat verschillende gelovigen verschillende gaven ontvangen. Sommigen ontvangen de gave van talen en anderen de gave om die talen uit te leggen.

Als het zou gaan om aangeleerd of ongecontroleerd gebrabbel dat niemand begrijpt, hoe zou dit dan uitgelegd kunnen worden?

Zeker wanneer iedereen tegelijk door elkaar zou spreken, zou uitleg onmogelijk worden. Toch lezen we hier dat er een uitlegger aanwezig moet zijn wanneer een vreemde taal wordt gesproken die anderen niet verstaan.

Daarom lijkt het erop dat het moet gaan om bestaande talen die door anderen kunnen worden uitgelegd. Dat sluit aan bij wat we eerder in Handelingen hebben gelezen.

De uitleg bij 1 Korinthe 12:10

De kanttekening vermeldt:

"Soorten van tongen; namelijk die zij niet geleerd hebben, maar die zij door een bijzonder wonder en Goddelijke onderwijzing en ingeven kunnen spreken. Zie Markus 16:17. Handelingen 2:4."

Ook hier komen we opnieuw het woord tongen tegen. Maar tegelijkertijd wordt uitgelegd wat daarmee bedoeld wordt.

Er wordt gesproken over talen die men niet geleerd heeft, maar die door een bijzonder wonder en door Goddelijke onderwijzing gesproken kunnen worden.

Het gaat dus niet om onderwijzing van mensen aan elkaar, maar om onderwijzing die rechtstreeks van God komt.

Wanneer we de Schrift zorgvuldig onderzoeken, tekst met tekst vergelijken en ook de uitleg en verwijzingen meenemen, worden veel zaken helderder.

Juist door Gods Woord op deze manier te bestuderen, komen we steeds dichter bij het begrijpen van wat er geschreven staat.

 

 

Hoofdstuk 3 – De talen der mensen en der engelen.

We komen nu bij de volgende verwijzing die wordt aangehaald, namelijk 1 Korinthe 13 vers 1.

Daar lezen wij:

"Al ware het dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal of luidende schel geworden."

Nu zal men misschien zeggen:

"Maar daar staat het toch? De talen der engelen!"

Dat is een begrijpelijke vraag. Daarom is het belangrijk dat wij ook hier weer kijken naar de uitleg die erbij gegeven wordt en niet alleen naar één losse zin.

De uitleg bij dit vers

De kanttekeningen geven hierbij de volgende uitleg:

1. Grieks: met tongen.

2. Dat is: talen die enige mensen ter wereld zouden kunnen spreken.

3. De engelen, die geesten zijn (Hebreeën 1:14), hebben eigenlijk geen tongen zoals wij die hebben. Dit moet daarom verstaan worden van de voortreffelijkheid en veelheid der talen die ook de engelen zouden kunnen spreken wanneer zij bij de mensen zijn.

4. Of: weerklinkend.

5. Dat is: een metalen instrument waarmee men een groot geluid maakt zonder aangenaamheid of inhoud.

Wat lezen wij hier nu eigenlijk?

Wanneer wij deze uitleg aandachtig lezen, valt direct iets op.

De laatste uitleg heeft niets te maken met een taal of met ongecontroleerd gebrabbel. Hier wordt gesproken over een metalen instrument dat wel geluid maakt, maar geen inhoud of betekenis heeft.

Daarnaast wordt er in deze uitleg ook verwezen naar Mattheüs 7:22 en Romeinen 12:7.

Deze verwijzingen behandelen echter een breder onderwerp en plaatsen deze woorden in een grotere context.

Wat hebben wij tot nu toe ontdekt?

Wat wij tot nu toe hebben kunnen ontdekken, is dat het woord tongentaal op zichzelf niet voorkomt in de Bijbel zoals wij die in het Nederlands lezen.

Steeds opnieuw zien wij verwijzingen naar talen of spraak.

Na het bestuderen van de verschillende teksten, uitleggen en verwijzingen kom ik tot de conclusie dat het woord tongen in deze context betrekking heeft op taal of talen.

En dan niet op één taal die niemand kan verstaan, maar op bestaande talen.

Want wanneer niemand iets kan verstaan, kan er ook geen uitleg gegeven worden.

En juist dat zien wij steeds weer terugkomen in de Schrift: uitleg, vertaling en verstaanbaarheid.

Een belangrijke vraag.

Want als het zou gaan om een taal die niemand kan verstaan, hoe zou die dan uitgelegd kunnen worden?

Hoe zou een vertaler kunnen vertalen wat geen betekenis heeft?

En hoe zou een gemeente gesticht kunnen worden door woorden die niemand begrijpt?

Dat zijn vragen die wij moeten meenemen wanneer wij de volgende hoofdstukken gaan onderzoeken.

Tot nu toe hebben wij immers steeds gezien dat er sprake was van talen die betekenis hadden, talen die gehoord werden en talen die, wanneer nodig, uitgelegd konden worden.

Daarom lijkt het mij dat wij ook de volgende Schriftgedeelten vanuit diezelfde context moeten blijven onderzoeken.

En dat gaan wij doen in het volgende hoofdstuk, wanneer wij kijken naar wat Paulus schrijft in 1 Korinthe 14 over talen, uitleg en de stichting van de gemeente.

Hoofdstuk 4 – 1 Korinthe 14

Want als het werkelijk zo is dat het spreken in talen in de Bijbel gaat over bestaande talen, dan moeten wij ook kijken naar het hoofdstuk waar het meest over dit onderwerp geschreven wordt: 1 Korinthe 14.

Hier wordt vaak naar verwezen wanneer men spreekt over de zogenaamde tongentaal. Daarom is het belangrijk dat wij ook dit hoofdstuk zorgvuldig onderzoeken en niet slechts één vers uit de context halen.

Laten we beginnen bij vers 2:

"Want die een vreemde taal spreekt, spreekt niet den mensen, maar Gode; want niemand verstaat het, doch met den geest spreekt hij verborgenheden."

Nu zeggen sommigen meteen: "Zie je wel, niemand verstaat het. Dus het gaat hier over een hemelse taal of een soort geestelijke klanktaal."

Maar laten we niet te snel conclusies trekken.

Kijken we namelijk naar de uitleg die erbij gegeven wordt, dan lezen we dat God het wel verstaat, maar de mensen niet. En dat is volgens de kanttekening juist het probleem dat Paulus hier aanwijst.

Want wat is het doel van spreken?

Dat mensen begrijpen wat er gezegd wordt.

Daarom lezen we verder dat degene die profeteert de mensen spreekt tot stichting, vermaning en vertroosting.

Met andere woorden: de gemeente moet er iets aan hebben.

Paulus maakt vervolgens een belangrijk onderscheid.

Degene die een vreemde taal spreekt, sticht zichzelf. Maar degene die profeteert, sticht de gemeente.

Daarom zegt Paulus:

"Ik wil wel dat gij allen in vreemde talen spreekt, maar meer dat gij profeteert."

Waarom?

Omdat de gemeente opgebouwd moet worden.

En dan komt een belangrijk gedeelte:

"Tenzij dan dat hij het uitlegt, opdat de gemeente stichting moge ontvangen."

Dat is opmerkelijk.

Want als het hier zou gaan om willekeurige klanken of gebrabbel, hoe zou dat dan uitgelegd kunnen worden?

Een uitlegger kan alleen uitleggen wat daadwerkelijk betekenis heeft.

Net zoals een vertaler een bestaande taal vertaalt naar een andere taal.

Dat zien wij ook steeds terugkomen in de kanttekeningen.

Er wordt gesproken over vreemde talen die men niet geleerd heeft, maar die men door een bijzonder wonder van God kon spreken.

Dat sluit volledig aan bij wat wij eerder in Handelingen 2 zagen.

Daar sprak men immers ook talen die men nooit geleerd had.

Vervolgens geeft Paulus een aantal voorbeelden.

Hij spreekt over muziekinstrumenten.

Een fluit of citer moet onderscheid maken in de tonen, anders begrijpt niemand wat er gespeeld wordt.

Ook spreekt hij over een bazuin.

Wanneer een bazuin een onduidelijk geluid geeft, wie zal zich dan voorbereiden op de strijd?

De boodschap is duidelijk.

Geluid zonder betekenis heeft geen nut.

Daarom zegt Paulus:

"Indien gij niet door de taal een duidelijke rede geeft, hoe zal verstaan worden hetgeen gesproken wordt?"

Dat is een belangrijke vraag.

Want als niemand begrijpt wat er gezegd wordt, welk nut heeft het dan voor de gemeente?

Paulus gaat zelfs nog verder en zegt:

"Want gij zult zijn als die in de lucht spreekt."

Met andere woorden: woorden zonder verstaanbare betekenis hebben geen nut voor de toehoorders.

Daarna legt Paulus opnieuw de nadruk op uitleg.

Hij schrijft:

"Daarom, die in een vreemde taal spreekt, die bidde dat hij het moge uitleggen."

Opnieuw zien wij hier dat uitleg noodzakelijk is.

Waarom?

Omdat de gemeente moet kunnen verstaan wat er gezegd wordt.

Zelfs wanneer Paulus spreekt over bidden en zingen met de geest, zegt hij dat dit ook met het verstand moet gebeuren.

Want hoe kan iemand "amen" zeggen op een gebed als hij niet begrijpt wat er gebeden wordt?

De uitleg in de kanttekeningen maakt dit nog duidelijker.

Steeds weer wordt benadrukt dat de toehoorders moeten kunnen verstaan wat er gezegd wordt.

Zonder begrip is er geen stichting.

Zonder uitleg is er geen nut voor de gemeente.

Daarom zegt Paulus uiteindelijk iets zeer opvallends:

"Ik dank mijn God dat ik meer vreemde talen spreek dan gij allen."

Paulus had deze gave dus in ruime mate ontvangen.

Maar wat zegt hij vervolgens?

"Maar ik wil liever in de gemeente vijf woorden spreken met mijn verstand, opdat ik ook anderen moge onderwijzen, dan tienduizend woorden in een vreemde taal."

Dat is een krachtige conclusie.

Paulus veracht de gave van talen niet.

Integendeel,hij dankt God ervoor.

Maar hij maakt wel duidelijk dat verstaanbaar onderwijs in de gemeente belangrijker is dan een taal die de aanwezigen niet begrijpen.

Wanneer wij al deze verzen, kanttekeningen en verwijzingen naast elkaar leggen, zien wij opnieuw hetzelfde patroon als in Handelingen.

Het gaat steeds om talen met betekenis.

Talen die gesproken, verstaan en — wanneer nodig — uitgelegd kunnen worden.

Daarom zie ik persoonlijk in deze context geen bevestiging van een vorm van ongecontroleerd of doelloos gebrabbel.

Integendeel, Paulus lijkt juist voortdurend te benadrukken dat alles in de gemeente verstaanbaar, ordelijk en tot stichting moet zijn.

Hoofdstuk 5 – Aan hun vruchten zult gij hen kennen

Zo zien we dus dat naar mijn overtuiging het zogenaamde gebrabbel, dat tegenwoordig vaak als tongentaal wordt voorgesteld, niet terug te vinden is in de teksten die wij tot nu toe hebben onderzocht.

Maar laten we verder gaan.

Want er is nog een belangrijke waarschuwing die ik graag met u wil delen. En daarvoor gaan we naar Mattheüs 7:14-23.

Daar lezen we vanaf vers 15:

"Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar vanbinnen zijn zij grijpende wolven."

Dat zijn ernstige woorden.

De Heere Jezus waarschuwt hier dat niet iedereen die zegt namens God te spreken, ook werkelijk namens God spreekt. Daarom moeten wij niet zomaar alles aannemen wat ons geleerd wordt, maar alles toetsen aan Gods Woord.

Vervolgens zegt de Heere:

"Aan hun vruchten zult gij hen kennen."

Met andere woorden: kijk niet alleen naar wat iemand zegt, maar ook naar wat de vrucht van zijn leer is.

Want een goede boom brengt goede vruchten voort, en een kwade boom brengt kwade vruchten voort.

Daarom zegt de Heere Jezus opnieuw:

"Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchten kennen."

En dan komen wij bij vers 22 en 23, waarop ik in het bijzonder de aandacht wil vestigen:

"Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?"

En wat is dan het antwoord?

"En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij die de ongerechtigheid werkt."

Dat zijn aangrijpende woorden.

Waarom haal ik deze tekst hier aan?

Omdat wij in deze studie onderzoeken wat Gods Woord werkelijk leert over het spreken in talen.

Tot nu toe hebben wij gezien dat het spreken in talen steeds een doel had. Mensen hoorden het, mensen verstonden het en, waar nodig, werd het uitgelegd.

Steeds opnieuw zagen wij dat het ging om talen die betekenis hadden.

Daarom zie ik persoonlijk in de onderzochte Schriftgedeelten geen ondersteuning voor een vorm van doelloos of ongecontroleerd gebrabbel.

Wanneer God iets geeft, heeft dat een doel. Het dient tot stichting, onderwijs, vermaning of vertroosting.

Juist daarom moeten wij voorzichtig zijn en alles toetsen aan Gods Woord.

Niet omdat ik zeg dat iets waar is. Niet omdat een prediker zegt dat iets waar is. Maar omdat Gods Woord de waarheid is.

En daarom zegt de Schrift:

"Aan hun vruchten zult gij hen kennen."

 

Hoofdstuk 6 – Toets alles aan Gods Woord

Nu zijn wij aan het einde gekomen van deze studie.

Wat wij hebben gezien, is dat God aan ieder van Zijn kinderen gaven geeft, ieder naar de mate die Hij Zelf bepaalt. Niet iedereen ontvangt dezelfde gave, niet iedereen heeft dezelfde taak, maar samen vormen wij één lichaam in Jezus Christus.

Zoals ook Paulus leert, hebben wij verschillende gaven, maar dienen wij dezelfde Heere.

En juist daarom kan er uiteindelijk ook maar één Evangelie zijn en één waarheid binnen het lichaam van Christus. Gods Woord spreekt immers niet tegen zichzelf. Daarom moeten wij voorzichtig zijn met alles wat wordt toegevoegd, veranderd, afgezwakt of anders uitgelegd dan wat er werkelijk geschreven staat.

Wilt u werkelijk weten hoe iets zit?

Lees dan uw Bijbel. Bid om wijsheid. Onderzoek de Schriften.

Lees en bestudeer, naar mijn overtuiging, vanuit de Statenvertaling en onderzoek vervolgens de betekenis van woorden. Kijk na of bepaalde woorden werkelijk zo in de grondtekst voorkomen en onderzoek de verwijzingen die daarbij gegeven worden.

Neem niet zomaar alles aan omdat iemand zegt dat het waar is.

Dat brengt ons bij een belangrijke waarschuwing uit 1 Johannes 4:1:

"Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld."

Kijken wij vervolgens naar de uitleg die hierbij gegeven wordt, dan valt een aantal dingen op.

Allereerst wordt met het woord geest hier ook een leraar bedoeld, iemand die beweert dat zijn leer afkomstig is van de Heilige Geest.

Verder lezen wij dat wij de geesten moeten beproeven. Hoe dan?

Volgens de uitleg: aan de toetssteen van Gods Woord.

Met andere woorden: niet toetsen aan gevoelens, ervaringen, tradities of populaire opvattingen, maar toetsen aan wat er daadwerkelijk geschreven staat.

Ook lezen wij dat wij moeten onderzoeken of een leer werkelijk van God afkomstig is en overeenkomt met Zijn Woord.

Daarnaast wordt uitgelegd dat valse profeten niet alleen mensen zijn die verkeerde voorspellingen doen, maar ook mensen die de Schrift verkeerd uitleggen en daardoor valse leringen verspreiden.

Dat is een ernstige waarschuwing.

Juist daarom heb ik geprobeerd om in deze studie telkens terug te gaan naar de Schrift zelf, naar de verwijzingen en naar de uitleg die daarbij gegeven wordt.

Niet om mijn eigen mening te bewijzen, maar om te onderzoeken wat Gods Woord werkelijk zegt.

Daarom wil ik u ook niet vragen om mijn woorden zomaar aan te nemen.

Integendeel.

Toets alles.

Onderzoek alles.

Leg alles naast Gods Woord.

Ook hetgeen ik in deze studie geschreven heb.

Want uiteindelijk is Gods Woord de maatstaf en niet de mening van mensen.

De Statenvertaling kan soms moeilijk zijn door de oudere woorden en zinsopbouw. Toch geloof ik dat dit met gebed, studie en volharding goed te begrijpen is. En waar wij iets niet begrijpen, mogen wij de Heere vragen om wijsheid en inzicht.

Daarom wil ik afsluiten met deze bemoediging:

Lees uw Bijbel.

Bid.

Onderzoek de Schriften.

Toets alles aan Gods Woord.

En vertrouw daarbij op de leiding van de Heere, ik bid u Gods wijsheid toe, Zijn vrede, Zijn inzicht en Zijn leiding in alles, toets alles! Ook wat u zojuist gelezen hebt.

Gods rijke zegen. 🙏🙌

Jan Ebrecht.

 

www.defrissebron.nl